Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · TROPISCH OOST-AFRIKA

De Afrikaansereuzenslak

Lissachatina fulica

Een nachtelijke planteneter met ogen op steeltjes, een rasptong vol minuscule tandjes en een schelp die voortdurend met hem meegroeit.

Vochtige Oost-Afrikaanse bosrand · gegenereerd leefgebiedbeeld

EVEN VOORSTELLEN

Een glijdende reus
die vooral ’s nachts tot leven komt.

De Afrikaanse reuzenslak leeft oorspronkelijk in tropisch Oost-Afrika. Lissachatina fulica is door mensen naar veel andere warme gebieden verspreid en voelt zich thuis in vochtige bosranden, tuinen, plantages en cultuurlandschap. Overdag schuilt hij voor zon en uitdroging; na de schemering en na regen gaat hij op zoek naar voedsel.

De schelp wordt meestal ongeveer 7–12 centimeter lang, maar uitzonderlijke dieren kunnen veel groter worden. Van kop tot staart kan een volledig uitgestrekte slak richting 20–30 centimeter gaan. Gemiddeld worden agaatslakken ongeveer 3–7 jaar oud en sommige dieren halen ongeveer tien jaar.

Afrikaanse reuzenslak op een vochtige tropische bosbodem
HERKOMSTOost-Afrika
SCHELPLENGTEVaak 7–12 cm
LEVENSVERWACHTING3–7 · soms 10 jaar
LEEFWIJZESchemer- & nachtactief

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

EEN TONG VOL TANDJES

Eten met een levende rasp.

In de bek ligt de radula: een beweeglijke band met vele rijen microscopisch kleine tandjes. Daarmee schraapt de slak flinterdunne stukjes van blad, groente, hout en ander eetbaar materiaal.
02

OGEN OP STEELTJES

De bovenste voelsprieten kijken mee.

Aan het uiteinde van de twee lange tentakels zitten de ogen. De kortere tentakels dichter bij de grond helpen vooral bij voelen en ruiken; bij aanraking kunnen alle tentakels razendsnel worden ingetrokken.
03

MANNETJE ÉN VROUWTJE

Iedere slak heeft beide geslachten.

Afrikaanse reuzenslakken zijn hermafrodiet. Twee dieren kunnen tijdens de paring sperma uitwisselen en daarna kunnen beide slakken eieren leggen.
04

SPERMA OP VOORRAAD

Maanden later nog bevruchte eieren.

Na een paring kan een slak sperma langdurig bewaren. Daardoor kan er nog maanden later een bevrucht legsel verschijnen, ook wanneer de slak inmiddels alleen leeft.
05

HONDERDEN EIEREN

Eén kuiltje kan plotseling vol liggen.

Lissachatina fulica legt meestal ongeveer 100–150 eieren per keer, maar een legsel kan veel groter zijn. In warme, vochtige omstandigheden kan dit meerdere keren per jaar gebeuren.
06

MEESTAL RECHTSOM

Een linkshandige slak is zeldzaam.

Bij vrijwel alle agaatslakken zit de schelpopening rechts wanneer de punt omhoog wijst en de opening naar je toe staat. Heel soms wordt een dier geboren met een linksgewonden schelp.
07

EEN DEUR VAN SLIJM

Droogte? Dan gaat de schelp dicht.

Bij ongunstige droogte kan de slak zich terugtrekken en de opening afsluiten met een opgedroogde slijmlaag, een epifragma. Zo gaat er veel minder vocht verloren.
08

GEEN KIEUWEN MAAR EEN LONG

Ademen door een opening naast de schelp.

Deze landslak ademt lucht in een longachtige mantelholte. Het ademgat, de pneumostoom, opent en sluit zichtbaar aan de rechterzijde van het lichaam vlak bij de schelprand.
09

LOPEN OP ÉÉN VOET

De hele onderkant is een gespierde voet.

Een slak heeft één brede, gespierde voet. Golvende spierbewegingen lopen van achter naar voren door de zool, terwijl slijm de wrijving vermindert en de slak over de ondergrond laat glijden.
CITESGEEN BIJLAGE

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Lissachatina fulica

Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Vochtige aarde, frisse lucht en geen harde val.

Voor twee tot vier volwassen Lissachatina fulica is ongeveer 60 (L) × 30 (B) × 30 (H) centimeter een bruikbare ondergrens. Groter is welkom, vooral bij grote dieren. Het deksel sluit absoluut ontsnappingsvrij maar heeft veel fijne ventilatie; een slak kan verrassend sterk duwen en door een klein kiertje verdwijnen.

Controleer de bodem minstens wekelijks op eieren. Laat dieren, eieren, gebruikte aarde en planten nooit buiten terechtkomen. Deze soort plant zich snel voort en kan in warme gebieden grote ecologische en landbouwschade veroorzaken.

De bodem

Bied minimaal 10–15 centimeter losse, vochtvasthoudende en niet-zure graafgrond, bijvoorbeeld onbemeste aarde met kokosvezel en veel bladstrooisel. De bodem voelt vochtig maar geeft geen water af wanneer je erin knijpt. Vermijd bemeste potgrond, scherp grind, zand, dennen- of cederproducten en permanent natte modder.

Schuilen & klimmen

Gebruik brede stukken kurkschors, bladstrooisel, zacht lichtgewicht hout en kunststof bloempotjes die op hun kant of ondersteboven liggen. Maak openingen ruim en volledig glad. Levende planten zijn niet nodig en zullen meestal worden aangevreten of uitgegraven. Houd alle inrichting laag en stabiel.

Water

Bied een zeer ondiepe, zware kunststof schaal met vers water waarin de slak niet kan verdrinken. Ververs dagelijks en direct wanneer er aarde of ontlasting in ligt. Besproei met lauw, veilig water; een vochtige bodem is belangrijker dan alles kletsnat maken.

Een kleine opruimploeg

Springstaartjes en kleine, vochtminnende pissebedden, zoals tropische witte pissebedden, kunnen samen met de slakken leven en helpen bij schimmel en kleine voerresten. Blijf zelf ontlasting en oud voer verwijderen en controleer of de populatie niet uit de hand loopt.

02

KLIMAAT, LICHT & VOCHT

Tropisch vochtig zonder broeikaslucht.

Deze slak verdraagt geen direct zonlicht en droogt snel uit, maar ook een drijfnatte, slecht geventileerde bak geeft problemen. Meet temperatuur en luchtvochtigheid op slakkenhoogte en stuur vooral op een stabiele vochtige bodem met frisse lucht.

OVERDAG22–26 °C
NACHTMinimaal 20 °C
LUCHTVOCHTIGHEID75–85%
DAGRITMECirca 12 uur
UV

Geen speciale UVB nodig

UVB-verlichting is voor deze nachtactieve slak niet noodzakelijk. Normaal diffuus daglicht of een zachte ledlamp voor planten is voldoende voor een duidelijk dag-nachtritme.

Plaats het verblijf nooit in direct zonlicht: glas en kunststof kunnen binnen korte tijd gevaarlijk heet worden.

°C

Warmte van de zijkant

Is de kamer te koel, gebruik dan een warmtemat tegen een deel van de zij- of achterwand, buiten het verblijf en altijd op thermostaat. Verwarm nooit de hele bodem; ingraven moet juist toegang geven tot koelere, vochtige grond.

Ruimte voor de nacht

Laat verlichting iedere avond echt uitgaan. Fel kunstlicht in de avond verstoort de actieve periode waarin de slak eet, verkent en contact zoekt met soortgenoten.

H₂O

Vocht én ventilatie

Sproei wanneer de bodem en wanden beginnen op te drogen en controleer met een digitale hygrometer. Condens alleen zegt weinig: frisse lucht, een vochtige onderlaag en een niet-zompig oppervlak horen samen.

03

VOEDING

Veel planten, veel afwisseling en altijd sepia.

Lissachatina fulica eet vooral plantenmateriaal en is bepaald geen kieskeurige specialist. Juist daarom is variatie belangrijk: niet iedere dag komkommer of sla, maar een breed menu van blad, stevige groente, kruiden, paddenstoel en een bescheiden hoeveelheid fruit. Verwijder bederfelijk voer uiterlijk de volgende ochtend.

DE DAGELIJKSE BASIS

Blad & groente

  • Andijvie, witlof, boerenkool en paksoi
  • Courgette, pompoen, zoete aardappel en wortel
  • Broccoli, bloemkoolblad en sperzieboon
  • Paardenbloem en weegbree van een veilige, onbespoten plek
  • Eetbare paddenstoel en zacht rottend blad als variatie
AFWISSELEN

Vrucht & extra variatie

  • Papaja, mango, meloen, peer en aardbei in kleine porties
  • Banaan en zoeter fruit niet als dagelijkse basis
  • Een zeer kleine eiwitrijke aanvulling alleen af en toe
  • Voer verspreiden stimuleert zoeken en raspen
  • Was groente en wild geplukt blad grondig
LIEVER NIET

Laat dit staan

  • Geen citrus of ander sterk zuur voer
  • Geen ui, knoflook, prei, rabarber of avocado
  • Geen zout, brood, pasta, zuivel of gekruid menseneten
  • Geen planten van bespoten bermen of plekken met slakkenkorrels
  • Geen grote berg waterige komkommer als volledig menu

DE PUNTJES OP DE I

De schelp wordt gebouwd van calcium.

Leg permanent een ruim stuk sepiaschild in het verblijf zodat de slak zelf calcium kan opnemen. Vervang het wanneer het vuil of zacht wordt. Strooi calcium niet standaard over al het voer: vrije keuze via sepia maakt het eenvoudiger om de opname zelf te regelen.

Langzaam betekent niet dat er weinig gebeurt.

Na het donker verschijnen de voelsprieten en begint een stille tocht langs blad, schors en ieder nieuw geurspoor.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Een zachte voet en een kwetsbare schelprand.

Hanteren

Maak schone handen nat met water en raak de slak rustig van voren aan. Til nooit aan de schelp terwijl de voet nog vastzit: schuif een natte vinger voorzichtig onder de voet en ondersteun daarna het hele dier. Raak de dunne, groeiende schelprand zo min mogelijk aan.

Schelp & groei

De schelp groeit aan de opening. Een gladde, stevige nieuwe rand past bij goede groei; diepe scheuren, afbrokkelende randen, witte zachte plekken of een plotseling doffe schelp vragen controle van calcium, voeding, vocht en valgevaar. Lijm een beschadiging nooit zelf dicht zonder deskundig advies.

Alarmtekens

Langdurig diep teruggetrokken blijven, sterk gewichtsverlies, een slap lichaam, aanhoudend gesloten zitten bij verder goede omstandigheden, vreemde geur, veel kleine parasieten of niet meer kunnen hechten zijn redenen om snel een dierenarts met ervaring in ongewervelden te bellen.

Hygiëne & quarantaine

Was handen vóór en na contact en laat een slak nooit over gezicht of mond kruipen. Houd nieuwe dieren apart met eigen materialen en controleer ze op mijten, wormen en schelpproblemen. Verwijder voerresten en ontlasting dagelijks; reinig zonder zeep- of desinfectieresten.

VOORDAT DE AFRIKAANSE REUZENSLAK KOMT

De boodschappenlijst.

Richt het verblijf volledig in en volg temperatuur en bodemvocht minstens een week voordat de slak verhuist.

  • Ontsnappingsvrij, fijn geventileerd verblijf; voor 2–4 dieren minimaal circa 60 × 30 × 30 cm
  • 10–15 cm onbemeste aarde-kokosbodem met bladstrooisel
  • Brede kurkschors en kunststof bloempotjes met gladde openingen
  • Eventueel springstaartjes en kleine vochtminnende pissebedden
  • Ondiepe kunststof water- en voerschaal
  • Groot stuk sepiaschild, permanent beschikbaar
  • Digitale thermometer en hygrometer met sondes
  • Plantenspuit voor lauw, veilig water
  • Thermostaat en warmtemat voor zij- of achterwand wanneer de kamer te koel is
  • Zachte ledverlichting met tijdschakelaar indien nodig
  • Afwisselend vers blad, groente, kruiden en beperkt fruit
  • Aparte bak en materialen voor quarantaine
BOB

ONZE BIJZONDERE-DIERENARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze bijzondere dieren naar Dierenarts BOB in Baarn. Bel bij ernstige schelpschade, onverklaarbaar terugtrekken, parasieten of sterk gewichtsverlies vooraf om te bespreken hoe de slak veilig vervoerd en onderzocht kan worden.

BRONNEN

LICG – Agaatslakken ↗Animal Diversity Web – Lissachatina fulica ↗USDA APHIS – Giant African snail ↗London Zoo – Giant African land snail ↗
← Terug naar alle dieren