EVEN VOORSTELLEN
Stoer uiterlijk,
rustig karakter.
De baardagaam komt uit de droge en halfdroge delen van Australië. Daar wisselt hij zon, schaduw, rotsen, struiken en boomstammen met elkaar af. Dat vertelt ons meteen iets belangrijks: een goed verblijf is geen hete zandbak met één lampje, maar een landschap met keuzes.
Volwassen dieren worden ongeveer 40 tot 50 centimeter lang en kunnen gemiddeld rond de elf jaar oud worden, soms zelfs ouder. Ze zijn overdag actief en communiceren onder andere door hun baard donker te kleuren, te knikken en met een voorpoot te zwaaien.

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT
Pogona vitticeps
Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.
Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗HUISVESTING
Zijn eigen stukje Australië.
Een baardagaam leeft van nature alleen. Houd daarom één dier per verblijf. Twee mannetjes kunnen vechten, maar ook vrouwtjes kunnen elkaar onderdrukken. Een mannetje kan een vrouwtje bovendien voortdurend belagen en uitputten. “Ze liggen gezellig samen” kan in werkelijkheid betekenen dat het dominante dier de beste zonplek opeist.
Voor één volwassen dier noemt het LICG minimaal 100 (L) × 50 (B) × 50 (H) cm. Wij adviseren liever minstens 120 (L) × 60 (B) × 60 (H) cm, zodat je een echte warme en koele zone kunt maken. Groter is altijd welkom, mits licht en klimaat overal goed zijn ingericht.
De bodem
Voor een gezonde volwassen baardagaam is schoon, gewassen speelzand een prima en betaalbare bodembedekking. Kies fijn zand zonder kleurstof of toevoegingen—geen scherp bouwzand en absoluut geen calciumzand. Je kunt speelzand ook mengen met onbemeste aarde en wat leem voor een stevigere, beter graafbare bodem. Voer uit een schaal zodat er tijdens het jagen zo min mogelijk zand wordt meegepakt. Bij jonge, zieke of nieuw aangekomen dieren is keukenpapier tijdelijk handiger om ontlasting en gezondheid te controleren.
De inrichting
Bied minimaal een warme én koele schuilplek, een verhoogd zonplateau, stevige klimobjecten en open loopruimte. Plaats zware stenen rechtstreeks op de vaste bodem en niet los boven op graafsubstraat; zo kan er niets instorten.
Water & vocht
Houd het verblijf droog en goed geventileerd; langdurig hoge luchtvochtigheid past niet bij een baardagaam. Bij dagelijks vers en gevarieerd groenvoer krijgen veel dieren een groot deel van hun vocht via de voeding binnen. Een rustig, ondiep badje kan eens per twee tot vier weken worden aangeboden als het dier dit goed verdraagt—nooit forceren en altijd erbij blijven. Kies je voor water in het terrarium, gebruik dan een heel klein, ondiep schaaltje, plaats dit aan de koele kant en ververs het dagelijks zodat er zo min mogelijk water verdampt. Het LICG adviseert wél om altijd een kleine waterbak aan te bieden; controleer dus extra goed of een dier drinkt en goed gehydrateerd blijft wanneer je daarvan afwijkt.
LICHT, UVB & WARMTE
Hier mag je geen hoekjes afsnijden.
Een baardagaam verwarmt zich van boven en koppelt fel licht, UVB en warmte aan één zonplek. Dat kan met losse, goed controleerbare systemen of met een geschikte HQI- of kwikdamp-combilamp. Welke route je ook kiest: de gemeten temperatuur en UVI bij het dier beslissen of de opstelling klopt.
De UVB-buis
Kies een lineaire T5 HO-lamp met reflector die ongeveer de helft tot twee derde van het verblijf bestrijkt. Goede voorbeelden zijn Arcadia ProT5 D3+ Desert 12% en Zoo Med ReptiSun 10.0 T5 HO. Geen klein UVB-wokkellampje als enige UV-bron: daarmee maak je geen brede, bruikbare zone.
Richt bij een normaal gepigmenteerd dier op ongeveer UVI 3–4,5 op rughoogte op de zonplek, met UVI 0 in de schaduw. Meet dit met een Solarmeter 6.5. De Arcadia 12% ProT5 geeft volgens de fabrikant zonder gaas ongeveer UVI 4,4 op 45 cm en 3,8 op 50 cm; jouw reflector en gaas veranderen dat resultaat.
De warmtespot
Gebruik een brede, witte halogeen-flood, bijvoorbeeld de Arcadia Solar Basking Floodlight, aangesloten op een dimmende thermostaat. Kies het wattage pas nadat je weet hoe groot en hoog het verblijf is. De hele romp moet gelijkmatig kunnen opwarmen; bij een groot dier zijn twee lagere spots naast elkaar vaak beter dan één felle brandpuntlamp.
Meet het oppervlak met een infraroodthermometer en de lucht met digitale thermometers met sonde. Plaats lampen buiten bereik of achter een geschikte beschermkorf.
Helder daglicht
UVB maakt een verblijf niet automatisch helder. Een dagactief Australisch dier hoort veel zichtbaar licht te krijgen. Een Arcadia JungleDawn LED Bar of vergelijkbare 6500K daglichtbalk over een groot deel van het verblijf ondersteunt activiteit en een natuurlijk dag-nachtritme. Led vervangt nooit de UVB-buis of warmtespot.
HQI- en kwikdamplampen
HQI/HID-metaalhalidelampen, zoals een Solar Raptor HID of Zoo Med PowerSun HID 70 W, kunnen helder zichtbaar licht, UVA, UVB en warmte in één krachtige zonplek combineren. Ze zijn vooral interessant in ruime, hogere verblijven. Een HQI-lamp vereist altijd het exact passende voorschakelapparaat/ballast en mag niet op een dimmer worden aangesloten.
Zelfballastende kwikdamplampen, zoals Zoo Med PowerSun UV of een kwalitatieve Reptile Systems Mercury Vapour, geven eveneens licht, UV en warmte uit één fitting. Ook deze lampen zijn niet dimbaar. Temperatuur regel je daarom met veilige afstand, passend wattage en zo nodig extra afzonderlijke warmte—niet door de combilamp te dimmen.
Beide typen maken een gerichte zonplek, geen brede UV-zone zoals een T5-buis. Meet de UVI over de volledige plek waar de baardagaam ligt, volg strikt de minimale afstand en gebruik eventueel aanvullende T5-UVB of dagverlichting als de dekking of helderheid onvoldoende is.
VOEDING
Groenvoer én kriebelvoer.
Baardagamen zijn omnivoren. Jonge dieren hebben tijdens de groei relatief meer geschikte insecten nodig; bij volwassen dieren verschuift het menu steeds verder naar gevarieerd bladgroen en kruiden. Geef volwassen dieren meerdere keren per week een afgemeten portie en volg lichaamsconditie en gewicht—ze eten vaak enthousiast door.
Blad & planten
- Andijvie en witlof
- Paardenbloemblad en -bloem
- Smalle en grote weegbree
- Paksoi, rucola en tuinkers als variatie
- Veilige, onbespoten kruiden en bloemen
Voedseldieren
- Sprinkhanen
- Dubia-kakkerlakken
- Krekels
- Zijderupsen
- Wasmot- en moriolarven alleen als vettere traktatie
Let hiermee op
- Geen avocado, rabarber, ui of prei
- Fruit hooguit zelden: veel suiker en weinig nodig
- Geen insecten uit tuin of berm vanwege gif en parasieten
- Geen los voer groter dan de ruimte tussen de ogen bij jonge dieren
- Verwijder overgebleven insecten uit het verblijf
DE PUNTJES OP DE I
Goed voer begint bij het insect.
Geef voedseldieren gedurende 24–48 uur vóór het opvoeren verse, voedingsrijke groenten en bladgroen, met een veilige vochtbron. Zo gaan de insecten goed gevoed de voerbak in. Bepoeder ze vervolgens dun met zuiver calcium zonder D3 wanneer de UVB aantoonbaar goed is. Gebruik een compleet reptielen-multivitamine volgens het etiket en stem de frequentie af op leeftijd, menu en gezondheid. Meer poeder is niet beter: zowel tekorten als overdosering kunnen problemen geven.
Een gezonde baardagaam is geen stil decorstuk.
Hij zont, verkent, eet met interesse en kiest zelf tussen warmte en schaduw.
GEDRAG & GEZONDHEID
Leer kijken naar jouw draak.
Hanteren
Laat het dier eerst op je hand stappen en ondersteun buik én poten. Pak nooit van boven alsof je een roofvogel bent en laat kinderen alleen onder direct toezicht hanteren. Een baardagaam kan tam lijken, maar blijft een reptiel dat rust nodig heeft.
Winterrust
Minder eten en slapen kan winterrust zijn, maar ook ziekte. Bouw een rustperiode alleen gecontroleerd af bij een gezond dier. Laat vooraf gewicht, conditie en bij twijfel ontlasting beoordelen. Een dier dat onverwacht sloom wordt, “gaat niet gewoon vanzelf in winterrust”.
Alarmtekens
Neem contact op met een reptielkundige dierenarts bij slappe of kromme poten, trillingen, een zachte kaak, slijm uit neus of bek, ingevallen ogen, aanhoudende diarree, niet kunnen ontlasten, sterk gewichtsverlies of langdurig niet eten buiten een gecontroleerde rustperiode.
Hygiëne
Verwijder ontlasting en voerresten direct, ververs water dagelijks en maak bakken apart van de keuken schoon. Was altijd je handen na contact. Laat jaarlijks ontlasting controleren op parasieten en houd nieuwe dieren eerst in quarantaine.
VOORDAT DE BAARDAGAAM KOMT
De boodschappenlijst.
Zet het volledige verblijf eerst op, laat het meerdere dagen proefdraaien en noteer temperaturen én UVI. Pas als alles stabiel is, verhuist het dier.
- Terrarium, liefst minimaal 120 (L) × 60 (B) × 60 (H) cm
- Een gemeten lichtplan: T5 + warmtespot óf passende HQI/kwikdamp-combilamp
- Bij T5: Arcadia ProT5 12% of Zoo Med ReptiSun 10.0 met reflector
- Bij HQI: exact passend voorschakelapparaat; combilampen nooit dimmen
- Tijdschakelaars en waar passend een dimmende thermostaat voor losse warmtespots
- Heldere 6500K led-daglichtbalk als extra daglicht nodig is
- Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
- Digitale thermometers met sondes
- Stabiele schuilplaatsen, zonplateau en klimtakken
- Schoon gewassen speelzand of natuurlijke zand-aardemix
- Calcium, multivitamine en gevarieerd voer
ONZE REPTIELENARTS
Dierenarts BOB in Baarn.
Niet iedere dierenarts behandelt regelmatig reptielen. Wij gaan met onze dieren naar Dierenarts BOB in Baarn, een praktijk met zeer veel ervaring met reptielen en bijzondere dieren. Wij hebben hier veel vertrouwen in en raden aan om hun gegevens al op te slaan vóórdat er iets misgaat.
BRONNEN
← Terug naar alle dieren