Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · AFRIKAANSE SAVANNE

De Afrikaansestierkikker

Pyxicephalus adspersus

Een breedgebouwde hinderlaagjager die regenbuien afwacht, prooien met een enorme mond grijpt en als vader zelfs kanalen voor zijn kikkervisjes graaft.

Seizoenspoel in Afrika · gegenereerd leefgebiedbeeld

EVEN VOORSTELLEN

Een poelbewoner
met een plan voor droogte.

De Afrikaanse stierkikker leeft in savannes, graslanden en droge struikgebieden van zuidelijk en oostelijk Afrika. Het grootste deel van het jaar kan zijn omgeving kurkdroog zijn. Na zware regen veranderen tijdelijke plassen ineens in drukke voortplantingspoelen vol roepende kikkers en snelgroeiende kikkervisjes.

Mannetjes behoren tot de grootste kikkers van Afrika en worden ongeveer 20–25 centimeter; vrouwtjes blijven met ongeveer 10–14 centimeter veel kleiner. In menselijke zorg kan de soort 20–40 jaar en soms nog ouder worden. Het is dus een langdurige verantwoordelijkheid, ook al zit de kikker soms urenlang vrijwel onbeweeglijk in de grond.

Afrikaanse stierkikker in een natuurlijke poelomgeving
HERKOMSTZuidelijk & oostelijk Afrika
LENGTE♂ 20–25 · ♀ 10–14 cm
GEWICHTGrote ♂ 1–2+ kg
LEVENSVERWACHTING20–40+ jaar

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

DRIE TANDEN ZONDER TANDEN

Slagtandjes in de onderkaak.

Vooraan in de onderkaak zitten drie scherpe, benige uitsteeksels: odontoïden. Het zijn geen echte tanden, maar ze helpen prooi vasthouden en maken een beet van een grote stierkikker behoorlijk serieus.
02

MANNETJES ZIJN DE REUZEN

Bijna twee keer zo lang.

Bij veel kikkers is het vrouwtje groter, maar hier is het precies andersom. Een mannetje kan ongeveer 20–25 centimeter lang en ruim een kilo zwaar worden; vrouwtjes blijven vaak rond 10–14 centimeter.
03

EEN SLAAPZAK VAN EIGEN HUID

Maanden onder de grond.

Tijdens extreme droogte graaft de kikker zich in en vormt hij uit meerdere afgestoten huidlagen een vochtvasthoudende cocon. Zo kan hij tien maanden tot soms twee jaar op regen wachten.
04

REGEN IS HET STARTSCHOT

Binnen enkele dagen een nieuw gezin.

Na zware regen komen de kikkers massaal tevoorschijn. Een vrouwtje kan duizenden eieren afzetten; die kunnen al binnen één tot twee dagen uitkomen.
05

EEN VADER ALS BODYGUARD

Hij bewaakt de hele school.

Het dominante mannetje blijft bij de eitjes en kikkervisjes. Hij valt indringers aan en bewaakt zijn jongen terwijl de tijdelijke poel steeds verder opdroogt.
06

ZELF EEN KANAAL GRAVEN

Papa leidt het water om.

Dreigt de kraampoel droog te vallen, dan kan het mannetje met kop en achterpoten een geul naar dieper water graven. De kikkervisjes zwemmen via het nieuwe kanaal naar veiligheid.
07

OGEN HELPEN BIJ HET ETEN

Slikken met de oogbollen.

Zoals veel kikkers kan de Afrikaanse stierkikker zijn ogen omlaag trekken. De oogbollen drukken via het monddak mee en helpen een grote hap richting keel te duwen.
08

ALLES WAT BEWEEGT

Een hinderlaag met een enorme mond.

In het wild eet hij insecten, andere kikkers, reptielen, kleine knaagdieren en soms vogels. Zelfs soortgenoten zijn niet automatisch veilig wanneer ze in hapbaar formaat langskomen.
09

GEEN BESCHAAFDE KWAAK

Blaffen, brullen en loeien.

Mannetjes produceren diepe, krachtige roepen die eerder aan een laag gebrul dan aan een vriendelijke kikkerkwaak doen denken. Daarmee lokken ze vrouwtjes en houden ze rivalen op afstand.
10

EEN KIKKER VOOR DECENNIA

Tot ongeveer 45 jaar.

Afrikaanse stierkikkers kunnen uitzonderlijk oud worden voor een kikker. In menselijke zorg zijn leeftijden van tientallen jaren bekend; een aanschaf is dus een langdurige verantwoordelijkheid.
11

DRINKEN ZONDER TE SLOKKEN

Water door de huid.

Kikkers nemen veel vocht rechtstreeks door de huid op, vooral via een sterk doorbloed gebied aan de onderzijde van het lichaam. Daarom zijn schoon, veilig water en schone vochtige grond zo belangrijk.
CITESGEEN BIJLAGE

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Pyxicephalus adspersus

Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Diepe grond en altijd schoon water.

Deze kikker gebruikt vooral de bodem. Voor een volwassen mannetje adviseren wij minimaal ongeveer 120 (L) × 60 (B) × 50 (H) centimeter; een volwassen vrouwtje minimaal circa 90 × 45 × 45 centimeter. Groter geeft meer ruimte voor een echte vochtgradiënt, een brede waterzone en natuurlijk zoek- en graafgedrag.

Houd Afrikaanse stierkikkers altijd afzonderlijk. Ze zijn territoriaal, hebben een snelle voedselreactie en kunnen soortgenoten verwonden of opeten. Een groot verblijf verandert dat risico niet in veilig gezelschap.

De bodem

Bied minstens 15–25 centimeter licht aangedrukte, graafbare grond van onbemeste aarde met kokosvezel en bladstrooisel. De onderste lagen blijven koel en vochtig; het oppervlak mag plaatselijk iets opdrogen. De bodem voelt als een uitgeknepen spons, niet als modder. Vermijd grind, calciumzand, meststoffen, scherpe schors en aromatische houtsoorten.

Schuilen & inrichten

Gebruik lage kurkplaten, brede planten, stevige wortels en veel blad als dekking. Alles staat stabiel, want een volwassen mannetje schuift lichte decoratie probleemloos opzij. Houd het verblijf rustig en goed geventileerd; voortdurend kletsnatte, stilstaande lucht bevordert huid- en bacteriële problemen.

Water

Bied een brede, zware bak waarin de kikker volledig kan weken, maar gemakkelijk met kop boven water kan zitten en zelfstandig kan uitstappen. Gebruik water zonder chloor of chloramine en ververs het dagelijks en direct na ontlasting. Gebruik nooit zeep of geparfumeerde reinigers in bak of verblijf.

02

KLIMAAT, LICHT & VOCHT

Warm en vochtig, maar niet benauwd.

Maak een zachte overgang van warm naar koeler en van vochtige graafgrond naar een iets droger oppervlak. Afrikaanse stierkikkers zijn geen zonaanbidders; felle hitte en uitdrogende lampen passen niet bij een dier dat zich overdag vaak half ingraaft.

WARME ZONE25–28 °C
KOELE ZONE22–24 °C
NACHT20–22 °C
LUCHTVOCHTIGHEIDCirca 60–80%
UV

Zachte UVB

Een lage dosis UVB is verstandig als onderdeel van een compleet lichtplan. Gebruik bijvoorbeeld een Arcadia ShadeDweller 7% boven gaas en richt op ongeveer UVI 0,5–1,5 op de open bodem, met UVI 0 onder blad en kurk.

Meet met een Solarmeter 6.5 en volg veilige afstanden; de kikker moet licht volledig kunnen vermijden.

°C

Rustige verwarming

Verwarm bij voorkeur de kamer. Is extra warmte nodig, gebruik dan een thermostatisch geregelde bron buiten het verblijf tegen zij- of achterwand, nooit onder de graafbodem. Zo blijft ingraven een route naar koelte.

Vermijd hete stenen, ongecontroleerde warmtematten en sterke uitdrogende bundels.

Dag en nacht

Geef ongeveer 11–12 uur helder maar diffuus daglicht met een led- of plantenbalk. Levende planten helpen dekking creëren, maar kies stevige, gifvrije soorten en bescherm wortels tegen een gravende kikker.

H₂O

Vocht meten

Gebruik een digitale hygrometer als hulpmiddel, maar beoordeel vooral de bodem. Die blijft in de diepte vochtig zonder dat water eruit te knijpen is. Laat het oppervlak tussen sproeibeurten plaatselijk iets opdrogen.

Besproei met veilig water en combineer vocht altijd met frisse lucht en dagelijkse controle van huid en waterkwaliteit.

03

VOEDING

Veel variatie, niet onbeperkt veel.

De Afrikaanse stierkikker is een opportunistische vleeseter, maar “alles wat in de bek past” is geen goed voerschema. Gevarieerde ongewervelden vormen de basis. Pas portie en frequentie aan op leeftijd, gewicht en lichaamsconditie: een ronde kikker kan nog steeds te dik zijn.

DE BESTE BASIS

Ongewervelden

  • Regenwormen en dauwwormen uit veilige kweek
  • Kakkerlakken, krekels, sprinkhanen en zwarte soldatenvlieglarven
  • Af en toe gekweekte slak zonder bestrijdingsmiddelen
  • Prooien vooraf 24–48 uur goed voeren
  • Volwassen dier meestal één à twee afgemeten maaltijden per week
VOOR JONGE DIEREN

Klein en regelmatiger

  • Passende kleine insecten, meerdere soorten door elkaar
  • Jonge dieren circa drie tot vijf keer per week, afhankelijk van groei
  • Geen prooi breder dan veilig kan worden ingeslikt
  • Voer met lange, stompe tang of laat veilig jagen
  • Wekelijks wegen om te snelle groei te voorkomen
LIEVER NIET

Geen dagelijkse muizen

  • Gewervelde prooi hooguit zeer incidenteel, niet als basis
  • Geen wilde insecten, kikkers of vissen wegens gif en ziekte
  • Geen goudvis of vette vis als routinevoer
  • Was- en meelwormen slechts beperkt als vettere aanvulling
  • Niet met vingers voeren en geen los substraat aan de prooi

DE PUNTJES OP DE I

Calcium op het grootste deel van de insecten.

Bepoeder insecten licht met zuiver calcium zonder D3 bij de meeste maaltijden van groeiende dieren en volgens een passend schema bij volwassenen. Gebruik daarnaast een amfibieveilige multivitamine ongeveer eens per één à twee weken. Bij gemeten UVB is veel extra vitamine D3 meestal niet nodig; stem supplementen af met een kundige dierenarts.

Een Afrikaanse stierkikker hoeft niet druk te bewegen om alert te zijn.

Half ingegraven houdt hij zijn omgeving scherp in de gaten en schiet hij razendsnel naar voren zodra er prooi beweegt.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Kwetsbare huid, verrassend sterke kaken.

Hanteren

Hanteer alleen wanneer het echt nodig is. Gebruik schone, poedervrije nitrilhandschoenen die met veilig water zijn bevochtigd, ondersteun het hele lichaam en houd het dier laag. Handcrème, zeepresten en droge handen kunnen de doorlaatbare huid beschadigen.

Voerreactie & beet

Een grote stierkikker kan bliksemsnel toeslaan en met zijn odontoïden een bloedende wond veroorzaken. Trek bij een beet niet hard aan het dier. Laat loskomen, spoel de wond ruim en vraag medische hulp bij een diepe beet, achterblijvend vuil of infectietekenen.

Alarmtekens

Rode buik of poten, huidzweren, een doffe slijmlaag, sterk opzwellen, scheef zitten, ongecontroleerd vervellen, niet eten buiten een verklaarbare korte periode, snel afvallen of moeite met ademen vragen snel om een amfibiekundige dierenarts.

Hygiëne & quarantaine

Verwijder ontlasting direct, ververs water dagelijks en was handen na afloop. Houd een nieuwe kikker minimaal 90 dagen apart met eigen materialen. Laat ontlasting onderzoeken en bespreek screening op chytride en ranavirus vóór contact met andere amfibieën.

VOORDAT DE AFRIKAANSE STIERKIKKER KOMT

De boodschappenlijst.

Richt het verblijf volledig in en volg temperatuur, bodemvocht en waterkwaliteit minstens een week voordat de kikker verhuist.

  • Horizontaal verblijf; volwassen ♂ minimaal circa 120 × 60 × 50 cm
  • 15–25 cm veilige aarde-kokosbodem met bladstrooisel
  • Brede, zware en eenvoudig te reinigen waterbak
  • Waterbehandeling voor chloor en chloramine
  • Lage kurkschuilplaatsen, stevige planten en zichtdekking
  • Lage UVB-buis met reflector en diffuus daglicht
  • Thermostatisch geregelde verwarming buiten zij- of achterwand indien nodig
  • Digitale thermometers en hygrometer met sondes
  • Solarmeter 6.5
  • Lange stompe voertang en gevarieerde kweekinsecten
  • Amfibieveilig calcium en multivitamine
  • Poedervrije nitrilhandschoenen en aparte quarantainematerialen
BOB

ONZE REPTIELEN- EN AMFIBIEËNARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze bijzondere dieren naar Dierenarts BOB in Baarn. Neem bij huidafwijkingen of onverklaarbare inactiviteit eerst contact op; laat de kikker niet op eigen initiatief uitdrogen of afkoelen.

BRONNEN

Animal Diversity Web – Pyxicephalus adspersus ↗London Zoo – Afrikaanse stierkikker ↗Oregon Zoo – gedrag en lichaamsbouw ↗LafeberVet – verzorging Afrikaanse stierkikker ↗Seneca Park Zoo – levenscyclus en estivatie ↗PBS Nature – vaderzorg ↗
← Terug naar alle dieren