Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · WEST- & CENTRAAL-AFRIKA

De koningspython

Python regius

Een compacte python met warmtezintuigen in de lip, een talent voor klimmen en een opvallende verdediging: bij spanning verdwijnt de kop veilig midden in een stevige bal.

EVEN VOORSTELLEN

Rustig van buiten.
Vanbinnen een echte jager.

De koningspython leeft in een brede strook van West- en Centraal-Afrika. Hij gebruikt savannes, open bos, bosranden en landbouwmozaïeken en schuilt overdag vaak in verlaten knaagdierholen of termietenheuvels. Rond schemering en nacht komt hij tevoorschijn om te onderzoeken, klimmen en jagen.

Volwassen dieren zijn meestal 90–150 centimeter lang; vrouwtjes worden gemiddeld forser dan mannetjes. Met goede verzorging kan een koningspython 20–30 jaar of ouder worden. Het vaak rustige karakter maakt hem populair, maar niet onderhoudsvrij: een kale lage lade biedt geen ruimte voor thermoregulatie, klimmen, verkennen en kiezen.

Koningspython van Dragon Dronten in een natuurlijk West-Afrikaans landschap
HERKOMSTWest- & Centraal-Afrika
LENGTEMeestal 90–150 cm
LEVENSVERWACHTINGVaak 20–30+ jaar
LEEFWIJZESchemeractief & solitair

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

DE BALPYTHON

De kop veilig in het midden.

Bij spanning trekt de koningspython kop en nek naar binnen en rolt hij zijn gespierde lichaam er stevig omheen. Aan deze verdediging dankt hij de Engelse naam ‘ball python’. Geef zo’n opgerold dier rust: het is geen uitnodiging om hem op te pakken.
02

WARMTESENSOR

Zes paar kuiltjes lezen warmte.

De opvallende labiale putjes langs boven- en onderlip nemen infrarode warmtestraling waar. Zo kan de python ook in bijna volledige duisternis de positie van een warmbloedige prooi bepalen.
03
Y

TONG & GEUR

Iedere tongslag verzamelt informatie.

De gevorkte tong brengt geurdeeltjes naar het orgaan van Jacobson in het gehemelte. Door links en rechts te vergelijken kan de slang volgen uit welke richting een geurspoor komt.
04

TOCH EEN KLIMMER

De bodem is niet zijn hele wereld.

Koningspythons rusten veel in holen, maar gebruiken ook lage takken en verhoogde plekken. Vooral jonge dieren en mannetjes worden in het wild regelmatig boven de grond aangetroffen. Stevige klimroutes horen daarom in het verblijf.
05

WURGEN

Druk op de bloedsomloop, geen gebroken botten.

De python slaat één of meer lussen om de prooi en verhoogt de druk wanneer die beweegt of uitademt. De bloedsomloop wordt daardoor snel onderbroken; wurgen is niet hetzelfde als een prooi fijnknijpen.
06

NIET DOOF

Hij hoort vooral de lage tonen.

Slangen hebben geen uitwendige oren, maar zijn niet doof. De onderkaak vangt trillingen uit de bodem én lage geluiden uit de lucht op en geeft deze door aan het binnenoor. Hoge tonen die wij gemakkelijk horen, merkt een koningspython veel minder goed op.
07

GEEN KLEINE HAPJES

Een prooi gaat altijd in zijn geheel naar binnen.

Een koningspython kan niet kauwen of een stukje van een prooi afbijten. De twee helften van de onderkaak zijn vooraan verbonden door elastisch weefsel en bewegen tijdens het slikken om de beurt naar voren. Zo werkt hij een complete prooi stap voor stap naar binnen.
08

HONDERDEN MORPHS

Van bananengeel tot bijna spierwit.

Door selectieve kweek bestaan inmiddels honderden prachtige kleuren en patronen, die liefhebbers morphs noemen. Denk aan albino, pied, banana, clown en allerlei bijzondere combinaties. Verdiep je vóór aanschaf wel in de genetica: bij enkele morphs komen erfelijke gezondheidsproblemen voor.
09

EEN KONINKLIJKE NAAM

Python regius betekent letterlijk ‘koninklijke python’.

Volgens een bekende West-Afrikaanse overlevering werden deze pythons met vorsten en koningshuizen verbonden en soms als levend sieraad gedragen. Het verhaal dat alleen een Ghanese koning het dier mocht houden wordt vaak verteld, maar is niet als zekere geschiedenis vastgelegd. Koninklijk klinkt hij in ieder geval nog steeds.
10

TWEE POOTRESTJES

Naast de cloaca zitten nog twee kleine sporen.

Koningspythons hebben aan weerszijden van de cloaca twee kleine bekken- of anaalsporen: zichtbare restanten van de achterpoten van hun verre voorouders. Bij mannetjes zijn ze vaak groter en worden ze tijdens de balts gebruikt om het vrouwtje te prikkelen en vast te houden.
11

EEN VERRASSEND KORTE STAART

Bijna de hele slang is romp.

De echte staart begint pas achter de cloaca. Bij een koningspython is dat laatste, snel smaller wordende stukje maar een klein deel van de totale lengte. Alles vóór de cloaca behoort anatomisch nog tot de romp.
CITESEU-BIJLAGE B

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Python regius

Deze soort staat op EU-Bijlage B. Er is voor overdracht binnen Nederland geen EU-certificaat nodig, maar je hoort wel een ingevulde overdrachtsverklaring als bewijs van legale herkomst te krijgen. Bewaar deze bij je CITES-administratie.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Beschutting én bewegingsruimte.

Voor één gemiddeld volwassen dier adviseren wij minimaal 120 (L) × 60 (B) × 60 (H) cm. Is de slang langer dan 120 centimeter, kies dan een verblijf dat minstens even lang is als het dier; 150 (L) × 60 (B) × 90 (H) cm geeft een groot vrouwtje duidelijk meer bruikbare ruimte. Groter is altijd beter wanneer de inrichting voldoende dekking geeft.

Houd koningspythons afzonderlijk. Samen in één hol liggen betekent niet dat ze gezelschap nodig hebben; in een terrarium kunnen dieren onzichtbaar concurreren om warmte, schuilplaatsen en rust. Zorg voor stevige sloten en controleer iedere kabeldoorvoer: een python vindt verrassend kleine ontsnappingsroutes.

Minstens drie veilige keuzes

Bied een nauw passende schuilplaats in de warme zone, één in de koele zone en bij voorkeur een extra verhoogde of tussenliggende schuilplek. De rug mag de bovenkant raken en er hoort maar één ruime ingang te zijn. Een halve boomstam is vaak te open om als hoofdschuilplaats te tellen.

Bodem & klimroutes

Gebruik ongeveer 8–15 centimeter vochtvasthoudende aarde-kokos-leemmix met bladstrooisel. Houd de bovenlaag grotendeels droog, maar voorkom een uitgedroogde stoffige bodem. Voeg onwrikbare lage takken, kurkplaten en platforms toe die het volledige gewicht dragen. Vermijd ceder- en dennensnippers, calciumzand en sterk geparfumeerd materiaal.

Water & luchtvochtigheid

Richt op ongeveer 60–75% relatieve luchtvochtigheid, gemeten in de koele zone, en laat deze tijdens de vervelling gerust richting 75–80% gaan. Maak niet het hele verblijf nat: goede ventilatie en een drogere bovengrond voorkomen schimmel en huidproblemen. Geef altijd schoon water in een stabiele schaal waarin het dier desgewenst kan liggen.

02

LICHT, UVB & WARMTE

Een zachte zon boven duidelijke schaduw.

De koningspython is geen felle zonaanbidder, maar gebruikt in een ingericht verblijf wel licht, warmte en lage UVB. Maak alle bronnen aan één zijde, zodat de slang via temperatuur, hoogte en beschutting zelf kan kiezen.

WARME SCHUILPLAATS29–31 °C
ZONOPPERVLAK31–33 °C
KOELE ZONE24–27 °C
NACHT22–25 °C
UV

Lage UVB met echte schaduw

Gebruik een lineaire T5-buis met reflector, bijvoorbeeld Arcadia ShadeDweller Pro 7%, Arcadia ProT5 Forest 6% of Zoo Med ReptiSun 5.0 T5 HO. Welke buis past, hangt af van afstand, gaas en inrichting.

Richt op ongeveer UVI 1,0 op rughoogte in de open warme zone en laat dit teruglopen tot UVI 0 in de holen. Meet met een Solarmeter 6.5. UVB gaat niet door glas en de slang moet altijd volledig uit het licht kunnen.

°C

Warmte van boven

Een brede witte halogeen-flood op een dimmende thermostaat geeft overdag bruikbare stralingswarmte. Verwarm een oppervlak waarop een groot deel van het lichaam past en bescherm iedere lamp met een stevige korf.

Wordt de kamer ’s nachts te koud, gebruik dan een deep-heat projector of keramische warmtelamp op thermostaat. Een warmtemat verwarmt vooral één contactvlak en is geen goede enige warmtebron; plaats hem nooit los in het verblijf.

Daglicht houdt het ritme duidelijk

Laat daglicht en UVB ongeveer 11–12 uur branden. Een neutraalwitte led-balk maakt de inrichting leesbaar en stimuleert een helder dag-nachtritme. Geef ’s nachts volledige duisternis: rode of blauwe ‘nachtlampen’ zijn niet nodig.

Cryptisch zonnen

Deze python hoeft niet open en bloot onder de lamp te liggen. Hij kan met alleen kop of een deel van het lichaam uit een schuilplek warmte en UVB opvangen. Plaats daarom een veilig, halfbeschut rustpunt onder de lichte warme zijde.

03

VOEDING

Een hele prooi, in een rustig tempo.

Voer volledig ontdooide, opgewarmde muizen of ratten van betrouwbare herkomst. Een complete prooi levert bot, organen en spierweefsel in de juiste verhouding; extra calcium of vitamines zijn bij gezonde complete prooidieren niet nodig.

JONGE DIEREN

Groeien zonder vetmesten

  • Een passend prooidier ongeveer iedere 7–10 dagen
  • Richtwaarde: ongeveer 10% van het lichaamsgewicht
  • De prooi is ongeveer even breed als het breedste deel van de slang
  • Weeg maandelijks en verleng het interval wanneer de groei vertraagt
VOLWASSEN DIEREN

Conditie bepaalt het schema

  • Doorgaans één passende prooi iedere 14–28 dagen
  • Richtwaarde: ongeveer 5% van het lichaamsgewicht
  • Voorkom een dikke nek, zachte vetrollen en een ronde ‘worstvorm’
  • Een gezonde python is stevig maar behoudt een afgerond driehoekige lichaamsdoorsnede
VEILIG VOEREN

Rust, tang en ontdooide prooi

  • Ontdooi in de koelkast en warm in een gesloten zak op tot ongeveer lichaamstemperatuur
  • Gebruik een lange voertang en bied geen levende gewervelde prooi aan
  • Voer in het eigen verblijf; verplaatsen geeft onnodige stress en kans op teruggeven
  • Laat het dier na een maaltijd minstens 48 uur volledig met rust

ALS HIJ NIET EET

Eerst meten, dan pas trucjes.

Een gezonde volwassen koningspython kan soms langer dan zes maanden vasten, vooral wanneer dit seizoensgebonden is. Zo’n lange periode is alleen geruststellend wanneer gewicht, lichaamsconditie en gedrag stabiel blijven. Controleer eerst temperatuur, luchtvochtigheid, schuilplaatsen, verstoring en gezondheid en houd het gewicht bij. Bij zichtbaar conditieverlies, meer dan ongeveer 10% gewichtsverlies, benauwdheid of andere klachten hoort een reptielenarts mee te kijken. Niet dwangvoeren zonder medische begeleiding.

Rustig betekent niet passief.

Een gezonde koningspython kiest, klimt, ruikt, verkent en verdwijnt daarna weer tevreden in een nauw passend hol.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Een slang laat kleine signalen zien.

Hanteren zonder strijd

Laat een nieuw dier eerst rustig eten en wennen. Benader vanaf de zijkant, ondersteun het hele lichaam en houd sessies kort. Niet hanteren tijdens vervelling, binnen 48 uur na voer of wanneer de slang zich strak oprolt, sist of herhaaldelijk wegduikt.

Vervelling vertelt veel

Een gezonde python vervelt meestal in één geheel, inclusief oogkapjes en staartpunt. Een droge, gescheurde vervelling wijst vaak op een te lage of instabiele luchtvochtigheid. Corrigeer eerst het klimaat. Bij kleine restjes op het lichaam kan een ondiep lauwwarm bad van ongeveer 27–29 °C gedurende 15–20 minuten helpen. Blijf er voortdurend bij, zorg dat de kop ruim boven water blijft en laat de slang daarna zelf door een vochtige handdoek kruipen. Trek nooit aan vastzittende huid. Vastzittende oogkapjes, een afgeknelde staartpunt of herhaaldelijke vervellingsproblemen horen bij een reptielenarts.

Wanneer direct bellen?

Openbekademhaling, piepen, slijm of bellen bij neus en bek, lang gestrekt met opgeheven kop ademen, kaasachtige aanslag in de bek, brandwonden, zwelling, herhaald braken, bloederige ontlasting, plotselinge zwakte of duidelijk gewichtsverlies vragen snel onderzoek.

Quarantaine & mijten

Houd een nieuw dier minimaal 90 dagen in een aparte ruimte met eigen gereedschap en laat ontlasting onderzoeken. Zwarte puntjes rond ogen en kin, veel baden en onrust kunnen op slangenmijt wijzen. Reinig handen en materialen om mijten, nidovirus en andere ziekteverwekkers niet te verspreiden.

MORPHS & WELZIJN

Vraag verder dan de kleurnaam.

De neurologische wobble van de Spider-morph is erfelijk, levenslang en niet los te kweken van het kleurgen. Ook andere lijnen kunnen bekende erfelijke afwijkingen dragen. Vraag naar ouderdieren, voerhistorie en gezondheid en steun geen combinaties waarbij uiterlijk belangrijker is gemaakt dan welzijn.

VOORDAT DE PYTHON KOMT

De boodschappenlijst.

Laat het complete verblijf minstens een week draaien. Meet warme en koele lucht, oppervlakken, luchtvochtigheid en UVI over de hele dag voordat de slang verhuist.

  • Terrarium minimaal 120 (L) × 60 (B) × 60 (H) cm; voor een langer dier minstens even lang als de slang
  • Stevige sloten en afgesloten kabeldoorvoeren
  • Minstens een warme, koele en extra beschutte rustplek
  • 8–15 cm aarde-kokos-leembodem met bladstrooisel
  • Verankerde lage takken, kurk, platforms en zichtbarrières
  • Stabiele waterschaal op passend formaat
  • Brede halogeen-flood op dimmende thermostaat
  • Afgeschermde lichtloze nachtwarmte indien nodig
  • Lineaire lage T5-UVB met reflector en neutraalwit daglicht
  • Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
  • Digitale thermometers en hygrometer met sondes
  • Lange voertang en passende diepvriesprooidieren
  • Digitale weegschaal en eenvoudig gewichtslogboek
  • Transportbox, quarantaine- en schoonmaakmaterialen
BOB

ONZE REPTIELENARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze reptielen naar Dierenarts BOB in Baarn. Laat een nieuwe slang tijdig controleren, neem bij afwijkende ontlasting een vers monster mee en wacht bij ademhalingsklachten niet af.

Nieuw Baarnstraat 97 · 3743 BP Baarn035 – 542 93 12Bekijk reptielenzorg bij BOB ↗

BRONNEN

LICG – Koningspython ↗RSPCA – Royal python care ↗Hollandt e.a. – diergerichte huisvesting ↗Hoehfurtner e.a. – verrijking bij slangen ↗Hedley & Eatwell – UVB bij koningspythons ↗Baines e.a. – UV-Tool ↗
← Terug naar alle dieren