EVEN VOORSTELLEN
Klein van stuk,
groots in details.
In het wild leeft de luipaardgekko in de steenachtige, halfdroge gebieden van Iran, Afghanistan, Pakistan en noordwestelijk India. Overdag verstopt hij zich in spleten en holen; wanneer de hitte afneemt komt hij tevoorschijn om op insecten en andere kleine dieren te jagen.
Een volwassen dier wordt ongeveer 20 tot 25 centimeter lang en kan bij goede verzorging 15 tot 20 jaar oud worden. Het rustige uiterlijk maakt hem populair als eerste reptiel, maar ook deze kleine jager vraagt nauwkeurige warmte, UVB, voeding en observatie.

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT
Eublepharis macularius
Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.
Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗HUISVESTING
Meer dan een bak met één holletje.
Houd een luipaardgekko bij voorkeur alleen. Samen liggen is niet automatisch gezellig: dieren kunnen concurreren om warmte, voer en schuilruimte zonder dat dit direct als vechten opvalt. Voor één volwassen dier noemt het LICG minimaal 0,50 m² vloeroppervlak en 40 centimeter hoogte. Een verblijf van bijvoorbeeld 100 (L) × 50 (B) × 50 (H) centimeter voldoet daaraan; groter geeft meer ruimte voor temperatuurzones, klimmen en natuurlijk gedrag.
Geef minimaal drie passende schuilplaatsen: een warme schuilplek, een koele schuilplek en een vochtige schuilplaats met bijvoorbeeld licht vochtig veenmos of keukenpapier. De gekko moet overal volledig in passen en zich uit het zicht kunnen terugtrekken.
De bodem
Een stevig mengsel van onbemeste aarde en speelzand, goed aangedrukt en deels afgedekt met vlakke leisteen, bootst een steenachtige bodem beter na dan een diepe losse zandbak. Voor jonge, zieke of nieuw aangekomen dieren is keukenpapier tijdelijk overzichtelijker. Vermijd calciumzand, scherpe snippers en reptielentapijt waarin nagels en tanden kunnen blijven hangen.
De inrichting
Maak een geblindeerde achterwand en meerdere donkere schuilplaatsen. Luipaardgekko’s hebben geen plakvoeten, maar klimmen wel: bied lage, brede en stroeve routes zonder grote valhoogte en zet alle stapels rotsvast.
Water & vocht
Normale huiskamerluchtvochtigheid is meestal voldoende; het hele verblijf hoeft niet vochtig te worden. Houd alleen de vochtige schuilplaats licht vochtig en goed schoon. Geef altijd een ondiep bakje vers drinkwater.
LICHT, UVB & WARMTE
Een zachte zonsopkomst boven de rotsen.
Ook een schemer- en nachtactieve gekko krijgt in de natuur daglicht en korte momenten UVB mee. Maak daarom een lichte warme kant en een duidelijk koelere, beschutte kant. Alle waarden worden op gekkohoogte gemeten—niet alleen op de verpakking van de lamp.
Lage, bruikbare UVB
Richt op een zachte zone van ongeveer UVI 0,5–1,0 op rughoogte, met volledige schaduw naast het verlichte gedeelte. Een passende keuze is de Arcadia ShadeDweller Pro 7% T5 op de afstand uit de fabriekstabel. Ook een correct geplaatste Zoo Med ReptiSun 5.0 T5 HO kan worden gebruikt, maar de uiteindelijke UVI is belangrijker dan het percentage.
Meet met een Solarmeter 6.5. Gaas, reflector, afstand en inrichting veranderen de waarde. Laat licht ongeveer 12 uur branden en geef ’s nachts echte duisternis.
Warmte van boven
Gebruik een brede witte halogeen-flood, bijvoorbeeld een Arcadia Solar Basking Floodlight, op een dimmende thermostaat. Laat de lamp een vlakke steen verwarmen; zo kan de gekko tijdens en na de schemering gebruikmaken van opgeslagen warmte.
Meet het oppervlak met een infraroodthermometer en de lucht met digitale sondes. Gebruik geen warmtesteen: die kan plaatselijk te heet worden. Nachtverwarming is alleen nodig wanneer de ruimte structureel te koud wordt; gebruik dan bijvoorbeeld een keramische warmtelamp op een geschikte thermostaat.
Helder dagritme
Een eenvoudige 6500K-daglichtbalk helpt om dag en nacht duidelijk te markeren en laat het verblijf natuurlijk ogen. Zorg tegelijk voor donkere holen en beschutting. Led vervangt geen UVB of warmte.
Gedeeltelijk zonnen
Een luipaardgekko hoeft niet helemaal zichtbaar onder de UVB-lamp te liggen. Soms steekt alleen een poot, kop of staart uit de schuilplaats. Plaats de warme schuilplaats daarom gedeeltelijk onder het verlichte gedeelte, zodat het dier zelf kan kiezen hoeveel licht het opvangt.
VOEDING
Laat de kleine jager werken.
Luipaardgekko’s eten levende ongewervelden. Wissel soorten af en kies prooien die niet breder zijn dan de ruimte tussen de ogen of grofweg kleiner dan de kop. Voer jonge dieren vaker dan volwassen dieren; een gezonde volwassen gekko eet meestal twee tot drie keer per week. De staart en het lichaamsgewicht vertellen of de porties moeten worden aangepast.
Variatie op het menu
- Dubia’s en andere geschikte kakkerlakken
- Krekels en middelgrote sprinkhanen
- Zijderupsen en black soldier fly-larven
- Meelwormen als onderdeel van de variatie
- Wasmotlarven alleen als calorierijke traktatie
Maak het prooidier waardevol
- Voer insecten 24–48 uur vooraf met voedingsrijke groente
- Geef daarnaast droog insectenvoer met granen, zaden en plantaardige eiwitbronnen
- Verwijder niet opgegeten insecten dezelfde avond
Niet op het vaste menu
- Geen wild gevangen insecten vanwege gif en parasieten
- Geen fruit of groente als voeding voor de gekko zelf
- Geen pinkies als standaardvoer
- Geen te grote of bijtende voedseldieren los laten lopen
DE PUNTJES OP DE I
Calcium, D3 en vitamines vormen één plan.
Gebruik bij aantoonbaar goede UVB vooral zuiver calcium zonder D3 op de meeste voerbeurten en een compleet reptielenmultivitamine volgens het etiket. D3 kan in een passend schema nodig zijn wanneer UVB ontbreekt of beperkt is, maar te veel D3 en vetoplosbare vitamines kunnen schadelijk zijn. Stem merk, frequentie en dosis af op leeftijd, voortplantingsstatus en de werkelijk gemeten UVB.
Een gezonde luipaardgekko komt tot leven wanneer het stil wordt.
Hij jaagt, klimt, verkent en kiest verrassend precies tussen warmte, koelte en beschutting.
GEDRAG & GEZONDHEID
Kijk naar ogen, tenen én staart.
Rustig hanteren
Laat het dier op een vlakke hand stappen of schep hem met beide handen op en ondersteun het hele lichaam. Pak nooit aan de staart: die kan worden afgestoten. Houd contact kort en laag boven een veilig oppervlak; veelvuldig hanteren geeft onnodige stress.
Vervellen
Controleer na iedere vervelling vooral tenen, staartpunt en oogleden. Achtergebleven vel kan de doorbloeding afknellen. Houd de vochtige schuilplaats goed op orde en trek nooit hard aan vastzittende huid. Terugkerende problemen horen bij een reptielenarts.
Alarmtekens
Een snel dunner wordende staart, gewichtsverlies, diarree, niet eten buiten een verklaarbare periode, een slappe kaak, kromme poten, trillingen, ingevallen ogen, slijm bij de bek of moeite met lopen vragen om snelle deskundige beoordeling. Laat bij vermagering ook ontlasting op parasieten en Cryptosporidium onderzoeken.
Hygiëne & quarantaine
Verwijder ontlasting en voerresten direct, ververs water dagelijks en was handen na contact. Houd een nieuw dier minimaal enkele maanden apart met eigen materialen en laat bij voorkeur ontlasting onderzoeken voordat er materiaal tussen verblijven wordt gedeeld.
VOORDAT DE GEKKO KOMT
De boodschappenlijst.
Laat het complete verblijf minimaal enkele dagen proefdraaien. Meet overdag én ’s nachts en controleer of alle drie de schuilzones echt een ander microklimaat bieden.
- Terrarium met minimaal 0,50 m² vloeroppervlak en 40+ cm hoogte
- Warme, koele en vochtige schuilplaats
- Stevige aarde-zandbodem en vlakke rotsplaten
- Brede witte halogeenspot op dimmende thermostaat
- Arcadia ShadeDweller Pro 7% T5 of passend alternatief
- Eventueel aanvullende 6500K-daglichtbalk
- Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
- Digitale thermometers met sondes
- Ondiepe waterbak en voerschaaltje
- Voedertang en gevarieerde levende insecten
- Calcium zonder D3 en compleet multivitaminepreparaat
- Quarantaine- en schoonmaakmaterialen
ONZE REPTIELENARTS
Dierenarts BOB in Baarn.
Wij gaan met onze reptielen naar Dierenarts BOB in Baarn. Sla de gegevens op vóórdat er iets misgaat en laat een nieuwe luipaardgekko bij voorkeur tijdig controleren.
BRONNEN
← Terug naar alle dieren