Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · ZUID- EN CENTRAAL-AZIË

De luipaardgekko

Eublepharis macularius

Een kleine grondgekko met fluweelzachte kleuren, beweegbare oogleden en een dikke staart waarin hij zijn reserves bewaart.

Hingol, Pakistan · foto Umair A Shahid

EVEN VOORSTELLEN

Klein van stuk,
groots in details.

In het wild leeft de luipaardgekko in de steenachtige, halfdroge gebieden van Iran, Afghanistan, Pakistan en noordwestelijk India. Overdag verstopt hij zich in spleten en holen; wanneer de hitte afneemt komt hij tevoorschijn om op insecten en andere kleine dieren te jagen.

Een volwassen dier wordt ongeveer 20 tot 25 centimeter lang en kan bij goede verzorging 15 tot 20 jaar oud worden. Het rustige uiterlijk maakt hem populair als eerste reptiel, maar ook deze kleine jager vraagt nauwkeurige warmte, UVB, voeding en observatie.

Luipaardgekko van Dragon Dronten
HERKOMSTZuid- en Centraal-Azië
LENGTE± 20–25 cm
LEVENSVERWACHTING15–20 jaar
LEEFWIJZESchemeractief & solitair

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

ECHTE OOGLEDEN

Een gekko die kan knipperen.

Anders dan veel andere gekko’s heeft de luipaardgekko beweegbare oogleden. Hij hoeft zijn ogen dus niet met zijn tong schoon te likken en kan ze gewoon sluiten tijdens het slapen.
02

DIKKE STAART

Zijn eigen voorraadkast.

In de stevige staart worden vetreserves opgeslagen. Een plotseling dunner wordende staart is daarom een belangrijk signaal om voeding, ontlasting en gezondheid extra goed te controleren.
03

STAART LOS

Een slimme ontsnappingstruc.

Bij grote schrik kan hij een deel van zijn staart afwerpen. De losse staart blijft bewegen om een belager af te leiden. Er groeit een nieuwe staart, maar die krijgt nooit precies dezelfde vorm en structuur.
04

GEEN PLAKVOETEN

Klimmen zonder zuignapjes.

Luipaardgekko’s missen de hechtlamellen waarmee veel gekko’s over glas lopen. Ze hebben tenen met nageltjes en blijven echte grondbewoners, al klauteren ze graag over lage rotsen en stevige takken.
05

SCHEMERJAGER

Wakker wanneer het rustiger wordt.

Overdag schuilt hij in een koel hol. Rond de schemering en in de nacht gaat hij op jacht, maar ook overdag kan hij kort tevoorschijn komen om warmte of een beetje UVB mee te pakken.
06

VAN BAND NAAR STIP

Jonge dieren dragen strepen.

Jonge luipaardgekko’s hebben duidelijke donkere en lichte banden. Tijdens het opgroeien breekt dat patroon op en ontstaan de bekende luipaardachtige vlekken.
07

VEEL KLEURSLAGEN

Van wildkleur tot tangerine.

Door selectieve kweek bestaan talloze morphs, waaronder albino, patternless, high yellow en tangerine. Sommige kleurgenen kunnen gezondheidsrisico’s dragen; kies daarom altijd een transparante, verantwoordelijke kweker.
08
20

LANGE VRIENDSCHAP

Klein dier, grote belofte.

Met goede verzorging kan een luipaardgekko vijftien tot twintig jaar oud worden. De aanschaf is dus geen kort projectje, maar een langdurige verantwoordelijkheid.
CITESGEEN BIJLAGE

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Eublepharis macularius

Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Meer dan een bak met één holletje.

Houd een luipaardgekko bij voorkeur alleen. Samen liggen is niet automatisch gezellig: dieren kunnen concurreren om warmte, voer en schuilruimte zonder dat dit direct als vechten opvalt. Voor één volwassen dier noemt het LICG minimaal 0,50 m² vloeroppervlak en 40 centimeter hoogte. Een verblijf van bijvoorbeeld 100 (L) × 50 (B) × 50 (H) centimeter voldoet daaraan; groter geeft meer ruimte voor temperatuurzones, klimmen en natuurlijk gedrag.

Geef minimaal drie passende schuilplaatsen: een warme schuilplek, een koele schuilplek en een vochtige schuilplaats met bijvoorbeeld licht vochtig veenmos of keukenpapier. De gekko moet overal volledig in passen en zich uit het zicht kunnen terugtrekken.

De bodem

Een stevig mengsel van onbemeste aarde en speelzand, goed aangedrukt en deels afgedekt met vlakke leisteen, bootst een steenachtige bodem beter na dan een diepe losse zandbak. Voor jonge, zieke of nieuw aangekomen dieren is keukenpapier tijdelijk overzichtelijker. Vermijd calciumzand, scherpe snippers en reptielentapijt waarin nagels en tanden kunnen blijven hangen.

De inrichting

Maak een geblindeerde achterwand en meerdere donkere schuilplaatsen. Luipaardgekko’s hebben geen plakvoeten, maar klimmen wel: bied lage, brede en stroeve routes zonder grote valhoogte en zet alle stapels rotsvast.

Water & vocht

Normale huiskamerluchtvochtigheid is meestal voldoende; het hele verblijf hoeft niet vochtig te worden. Houd alleen de vochtige schuilplaats licht vochtig en goed schoon. Geef altijd een ondiep bakje vers drinkwater.

02

LICHT, UVB & WARMTE

Een zachte zonsopkomst boven de rotsen.

Ook een schemer- en nachtactieve gekko krijgt in de natuur daglicht en korte momenten UVB mee. Maak daarom een lichte warme kant en een duidelijk koelere, beschutte kant. Alle waarden worden op gekkohoogte gemeten—niet alleen op de verpakking van de lamp.

WARME STEEN · OPPERVLAK± 32–35 °C
WARME ZONE · LUCHT± 28–30 °C
KOELE ZONE± 22–26 °C
NACHT± 18–22 °C
UV

Lage, bruikbare UVB

Richt op een zachte zone van ongeveer UVI 0,5–1,0 op rughoogte, met volledige schaduw naast het verlichte gedeelte. Een passende keuze is de Arcadia ShadeDweller Pro 7% T5 op de afstand uit de fabriekstabel. Ook een correct geplaatste Zoo Med ReptiSun 5.0 T5 HO kan worden gebruikt, maar de uiteindelijke UVI is belangrijker dan het percentage.

Meet met een Solarmeter 6.5. Gaas, reflector, afstand en inrichting veranderen de waarde. Laat licht ongeveer 12 uur branden en geef ’s nachts echte duisternis.

°C

Warmte van boven

Gebruik een brede witte halogeen-flood, bijvoorbeeld een Arcadia Solar Basking Floodlight, op een dimmende thermostaat. Laat de lamp een vlakke steen verwarmen; zo kan de gekko tijdens en na de schemering gebruikmaken van opgeslagen warmte.

Meet het oppervlak met een infraroodthermometer en de lucht met digitale sondes. Gebruik geen warmtesteen: die kan plaatselijk te heet worden. Nachtverwarming is alleen nodig wanneer de ruimte structureel te koud wordt; gebruik dan bijvoorbeeld een keramische warmtelamp op een geschikte thermostaat.

Helder dagritme

Een eenvoudige 6500K-daglichtbalk helpt om dag en nacht duidelijk te markeren en laat het verblijf natuurlijk ogen. Zorg tegelijk voor donkere holen en beschutting. Led vervangt geen UVB of warmte.

Gedeeltelijk zonnen

Een luipaardgekko hoeft niet helemaal zichtbaar onder de UVB-lamp te liggen. Soms steekt alleen een poot, kop of staart uit de schuilplaats. Plaats de warme schuilplaats daarom gedeeltelijk onder het verlichte gedeelte, zodat het dier zelf kan kiezen hoeveel licht het opvangt.

03

VOEDING

Laat de kleine jager werken.

Luipaardgekko’s eten levende ongewervelden. Wissel soorten af en kies prooien die niet breder zijn dan de ruimte tussen de ogen of grofweg kleiner dan de kop. Voer jonge dieren vaker dan volwassen dieren; een gezonde volwassen gekko eet meestal twee tot drie keer per week. De staart en het lichaamsgewicht vertellen of de porties moeten worden aangepast.

GOEDE BASIS

Variatie op het menu

  • Dubia’s en andere geschikte kakkerlakken
  • Krekels en middelgrote sprinkhanen
  • Zijderupsen en black soldier fly-larven
  • Meelwormen als onderdeel van de variatie
  • Wasmotlarven alleen als calorierijke traktatie
VOORAF VOEDEN

Maak het prooidier waardevol

  • Voer insecten 24–48 uur vooraf met voedingsrijke groente
  • Geef daarnaast droog insectenvoer met granen, zaden en plantaardige eiwitbronnen
  • Verwijder niet opgegeten insecten dezelfde avond
LIEVER NIET

Niet op het vaste menu

  • Geen wild gevangen insecten vanwege gif en parasieten
  • Geen fruit of groente als voeding voor de gekko zelf
  • Geen pinkies als standaardvoer
  • Geen te grote of bijtende voedseldieren los laten lopen

DE PUNTJES OP DE I

Calcium, D3 en vitamines vormen één plan.

Gebruik bij aantoonbaar goede UVB vooral zuiver calcium zonder D3 op de meeste voerbeurten en een compleet reptielenmultivitamine volgens het etiket. D3 kan in een passend schema nodig zijn wanneer UVB ontbreekt of beperkt is, maar te veel D3 en vetoplosbare vitamines kunnen schadelijk zijn. Stem merk, frequentie en dosis af op leeftijd, voortplantingsstatus en de werkelijk gemeten UVB.

Een gezonde luipaardgekko komt tot leven wanneer het stil wordt.

Hij jaagt, klimt, verkent en kiest verrassend precies tussen warmte, koelte en beschutting.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Kijk naar ogen, tenen én staart.

Rustig hanteren

Laat het dier op een vlakke hand stappen of schep hem met beide handen op en ondersteun het hele lichaam. Pak nooit aan de staart: die kan worden afgestoten. Houd contact kort en laag boven een veilig oppervlak; veelvuldig hanteren geeft onnodige stress.

Vervellen

Controleer na iedere vervelling vooral tenen, staartpunt en oogleden. Achtergebleven vel kan de doorbloeding afknellen. Houd de vochtige schuilplaats goed op orde en trek nooit hard aan vastzittende huid. Terugkerende problemen horen bij een reptielenarts.

Alarmtekens

Een snel dunner wordende staart, gewichtsverlies, diarree, niet eten buiten een verklaarbare periode, een slappe kaak, kromme poten, trillingen, ingevallen ogen, slijm bij de bek of moeite met lopen vragen om snelle deskundige beoordeling. Laat bij vermagering ook ontlasting op parasieten en Cryptosporidium onderzoeken.

Hygiëne & quarantaine

Verwijder ontlasting en voerresten direct, ververs water dagelijks en was handen na contact. Houd een nieuw dier minimaal enkele maanden apart met eigen materialen en laat bij voorkeur ontlasting onderzoeken voordat er materiaal tussen verblijven wordt gedeeld.

VOORDAT DE GEKKO KOMT

De boodschappenlijst.

Laat het complete verblijf minimaal enkele dagen proefdraaien. Meet overdag én ’s nachts en controleer of alle drie de schuilzones echt een ander microklimaat bieden.

  • Terrarium met minimaal 0,50 m² vloeroppervlak en 40+ cm hoogte
  • Warme, koele en vochtige schuilplaats
  • Stevige aarde-zandbodem en vlakke rotsplaten
  • Brede witte halogeenspot op dimmende thermostaat
  • Arcadia ShadeDweller Pro 7% T5 of passend alternatief
  • Eventueel aanvullende 6500K-daglichtbalk
  • Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
  • Digitale thermometers met sondes
  • Ondiepe waterbak en voerschaaltje
  • Voedertang en gevarieerde levende insecten
  • Calcium zonder D3 en compleet multivitaminepreparaat
  • Quarantaine- en schoonmaakmaterialen
BOB

ONZE REPTIELENARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze reptielen naar Dierenarts BOB in Baarn. Sla de gegevens op vóórdat er iets misgaat en laat een nieuwe luipaardgekko bij voorkeur tijdig controleren.

Nieuw Baarnstraat 97 · 3743 BP Baarn035 – 542 93 12Bekijk reptielenzorg bij BOB ↗

BRONNEN

LICG – Luipaardgekko ↗RSPCA – Leopard gecko care ↗Arcadia ShadeDweller Pro ↗Studie – UVB en vitamine D3 ↗
← Terug naar alle dieren