Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · AUSTRALIË

De stekelstaartvaraan

Varanus acanthurus

Een compacte Australische varaan die graaft, klimt, ruikt met zijn tong en ieder los insect verandert in een serieuze jachtmissie.

EVEN VOORSTELLEN

Een kleine varaan
met grootse plannen.

De stekelstaartvaraan leeft in het noorden en midden van Australië, vooral tussen rotsrichels, stenige vlaktes en spinifexgras. Overdag zoekt hij actief naar prooi, warmt hij kort en krachtig op en verdwijnt hij voor rust of veiligheid in een diepe gang of nauwe rotsspleet.

Volwassen dieren worden meestal ongeveer 60–75 centimeter lang, waarbij de lange stekelstaart een flink deel van de totale lengte vormt. In menselijke zorg leven ze vaak 10–15 jaar en soms langer. Het kleine formaat maakt dit nog geen eenvoudige beginnershagedis: een gezonde ackie vraagt diepe graafgrond, zeer felle verlichting, extreme maar veilige oppervlaktewarmte en veel dagelijkse uitdaging.

Stekelstaartvaraan van Dragon Dronten in een Australische rotsspleet
HERKOMSTNoord- & Midden-Australië
LENGTEOngeveer 60–75 cm
LEVENSVERWACHTINGVaak 10–15+ jaar
LEEFWIJZEDagactief & solitair

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

STEKELSTAART

Een deurstopper met pantser.

Bij gevaar verdwijnt de varaan in een smalle rotsspleet, zet zijn lichaam klem en houdt de stekelige staart naar buiten. Die staart kan bovendien als stevige knuppel worden gebruikt.
02

GEUR IN 3D

De tong verzamelt het spoor.

Met zijn diep gevorkte tong brengt hij geurdeeltjes naar het orgaan van Jacobson. Omdat beide tongpunten apart informatie geven, kan hij bepalen uit welke richting een geur komt.
03

ONDERGRONDSE OASE

Droge woestijn, vochtig hol.

Onder het hete oppervlak blijven diepe holen veel koeler en vochtiger. Daar rust, vervelt en schuilt het dier; een droge bovenlaag vertelt dus maar de helft van zijn leefgebied.
04

MINIDRAAK

Klein voor een varaan, niet klein in gedrag.

Met ongeveer 60–75 centimeter blijft hij compact vergeleken met veel andere varanen, maar hij graaft, klimt, jaagt en onderzoekt met dezelfde vasthoudendheid.
05

OCELLEN

Ringen over zijn rug.

De lichte, oogvormige vlekken op de donkere rug heten ocellen. Kleur en tekening variëren per herkomst en individu en helpen het dier op rotsen en tussen droog gras opgaan.
06

INTERMITTERENDE ZONNER

Opwarmen, jagen, terug naar de zon.

Een stekelstaartvaraan ligt niet de hele dag stil te bakken. Hij gebruikt korte zonmomenten tussen zijn zoektochten door en wisselt daarbij voortdurend tussen verschillende temperaturen.
07

KLEINE PROOI, VEEL ZOEKEN

Vooral ongewervelden op het menu.

Onderzoek aan wilde dieren vond een breed opportunistisch menu waarvan het grootste deel uit ongewervelden bestond. Hij zoekt actief in spleten, onder stenen en tussen vegetatie.
08

HET HELE JAAR OP PAD

Geen vaste winterslaap voor de hele soort.

Onderzochte wilde dieren hadden in iedere maand voedsel in de maag. Activiteit verschilt met weer en gebied, maar de soort kent over zijn verspreiding geen universele jaarlijkse rustperiode.
CITESEU-BIJLAGE B

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Varanus acanthurus

Deze soort staat op EU-Bijlage B. Er is voor overdracht binnen Nederland geen EU-certificaat nodig, maar je hoort wel een ingevulde overdrachtsverklaring als bewijs van legale herkomst te krijgen. Bewaar deze bij je CITES-administratie.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Een rotslandschap met een complete onderwereld.

Voor één volwassen dier adviseren wij minimaal 180 (L) × 90 (B) × 90 (H) cm. Groter is altijd beter: deze varaan gebruikt de vloer, klimt verrassend goed en legt tijdens het zoeken veel meters af. Houd hem bij voorkeur alleen. Samenhuisvesting kan stille concurrentie om warmte, voer en holen geven, ook zonder zichtbare gevechten.

Bouw niet alleen boven de grond. Geef over een groot deel van het verblijf minimaal 30 centimeter stevig graafbare bodem. Maak daarnaast een plaatselijke graafzone van ongeveer 40–45 centimeter diep, zeker voor een volwassen vrouwtje. Zo blijft er in een verblijf van 90 centimeter hoog voldoende veilige afstand over voor verlichting en een Retes-stack.

De bodem

Meng gewassen speelzand met onbemeste aarde en wat leem, druk de mix stevig aan en test of een gang blijft staan. De bovenlaag mag droog ogen; de diepere laag blijft licht vochtig en koel. Giet water plaatselijk in de bodem in plaats van alleen het oppervlak te benevelen. Calciumzand en een dunne losse zandlaag zijn ongeschikt.

Rotsen & klimwerk

Gebruik lage rotsrichels, kurk, brede takken en meerdere krappe schuilspleten. Steun zware stenen rechtstreeks vanaf de vaste bodem en zet alles onwrikbaar vast vóór het substraat erin gaat. Bescherm lampen en kabels: een varaan klimt, duwt en onderzoekt ieder zwak punt.

Water & vochtgradiënt

Bied altijd een zware ondiepe schaal vers water. Richt bovengronds grofweg op 40–60% relatieve luchtvochtigheid, met goede ventilatie en een drogere toplaag. In het belangrijkste hol en diepere substraat mag de vochtigheid oplopen tot 80–90% of hoger. Meet beide zones met digitale sondes.

VROUWTJES

Ook zonder mannetje heeft een vrouwtje een goede legplek nodig.

Een vrouwtje kan ook zonder mannetje follikels en onbevruchte eieren ontwikkelen. Geef daarom altijd voldoende diepe, warme en licht vochtige graafgrond. Langdurig graven zonder resultaat, stoppen met eten, persen, zwakte of een blijvend gezwollen buik vragen snel onderzoek door een reptielenarts.

02

LICHT, UVB & WARMTE

Maak een brede, veilige warmtezone.

De vaak genoemde hoge waarde is een oppervlaktetemperatuur, geen gewenste luchttemperatuur en geen doel voor iedere centimeter. Bouw boven op de Retes-stack een brede gradiënt, zodat het dier zelf tussen heet, warm, schaduw en koel hol kan bewegen.

ZONOPPERVLAK · GRADIËNT50–60 °C
WARME ZONE · LUCHT29–35 °C
KOELE ZONE24–28 °C
NACHT20–24 °C
UV

Krachtige, brede UVB

Gebruik een lineaire T5 HO-buis met reflector over ongeveer de helft tot twee derde van het verblijf. Goede uitgangspunten zijn Arcadia ProT5 Desert 12%, in een hoog verblijf eventueel Arcadia Dragon 14%, of Zoo Med ReptiSun 10.0 T5 HO.

Richt op ongeveer UVI 3–4 op rughoogte in de belangrijkste zonzone, met een geleidelijke afname naar echte schaduw met UVI 0. Meet met een Solarmeter 6.5; percentage, gaas en afstand vertellen zonder meting niet wat het dier ontvangt.

°C

Meerdere brede floods

Gebruik twee of meer witte halogeen-floods naast elkaar op een dimmende thermostaat. Zo ontstaat een breed warm oppervlak waarop kop, romp en heupen tegelijk passen. Eén kleine loeihete spot kan plaatselijk verbranden terwijl de rest van het lichaam koud blijft.

Controleer ieder niveau van de Retes-stack met een infraroodthermometer en meet de lucht met sondes. Lampen hangen buiten bereik of achter stevige korven. Nachtwarmte is alleen nodig wanneer de ruimte onder ongeveer 18–20 °C zakt.

Australisch helder daglicht

Voeg een krachtige 6000–7000K-ledbalk toe, bijvoorbeeld Arcadia JungleDawn. Veel zichtbaar licht ondersteunt activiteit, eetlust en een helder dag-nachtritme. Laat daglicht en UVB ongeveer 12 uur branden; led vervangt geen warmte of UVB.

HQI- en kwikdamplampen

Een goede HQI/HID-metaalhalidelamp kan fel licht, UVB en warmte combineren; een kwalitatieve kwikdamplamp maakt eveneens een krachtige bundel. Bij een actieve varaan zijn dit aanvullende zonbronnen, geen automatische vervanging voor een brede T5-zone en meerdere halogeen-floods.

HQI gebruikt het exact passende voorschakelapparaat. HQI en kwikdamp mogen niet worden gedimd. Regel met wattage en afstand en meet daarna zowel temperatuur als UVI op alle bereikbare niveaus.

03

VOEDING

Laat hem jagen zonder hem rond te voeren.

Wilde stekelstaartvaranen eten vooral veel verschillende ongewervelden en af en toe kleine gewervelde prooi. Bouw het menu in gevangenschap daarom rond magere, goed gevoerde insecten. Jonge dieren eten kleine porties vrijwel dagelijks; halfwas dieren om de dag en gezonde volwassenen meestal twee tot drie afgemeten maaltijden per week, afhankelijk van conditie en activiteit.

GOEDE BASIS

Variatie met zes poten

  • Sprinkhanen en krekels
  • Dubia’s, red runners en andere geschikte kakkerlakken
  • Black soldier fly-larven en volwassen vliegen
  • Zijderupsen en hoornwormen
  • Meelwormen en keverlarven binnen een gevarieerd menu
GUTLOAD

Voer eerst het voedseldier

  • Geef 24–48 uur vooraf voedingsrijke bladgroente
  • Vul aan met pompoen, wortel of zoete aardappel
  • Gebruik daarnaast een compleet droog insectenvoer
MET MATE OF NIET

Geen vette snelweg

  • Wasmotlarven en moriowormen hooguit zelden
  • Geen dagelijkse muizen, kuikens, gehakt of kattenvoer
  • Ei hooguit zeer incidenteel, niet als basisvoer
  • Kies prooien passend bij de grootte van de kop en de conditie van het dier
  • Geen onbeperkt voer “tot hij stopt”
  • Geen wilde insecten van bespoten of onbekende plekken

CALCIUM & VITAMINEN

Dun bepoederen, niet paneren.

Gebruik bij de meeste insectenmaaltijden een dun laagje zuiver calcium zonder D3. Geef een compleet reptielenmultivitamine volgens een vast merkgebonden schema—bij veel producten ongeveer eenmaal per week voor jonge dieren en minder vaak voor volwassen dieren. Stem D3 af op de gemeten UVB en combineer geen verschillende supplementen op gevoel.

Een mooi verblijf is pas geslaagd wanneer het dier er echt iets mee kan.

Geef ruimte om te graven, klimmen, jagen, zonnen en iedere dag op onderzoek uit te gaan.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Een slimme jager laat kleine fouten lang verborgen.

Vertrouwen via keuze

Werk rustig met targettraining en voerbeloning. Laat het dier zelf naderen en til alleen wanneer nodig, met steun onder het hele lichaam. Een opgejaagde varaan kan bijten, krabben, staartslaan of zich hard in een spleet vastzetten.

Gewicht & jachtlust

Weeg maandelijks en kijk van boven naar staartbasis, buik en ledematen. Een dikke staartbasis en ronde buik zijn geen bewijs van gezondheid. Overvoeding met vette larven en gewervelde prooi veroorzaakt gemakkelijk obesitas en kan nieren en gewrichten belasten.

Vocht & vervelling

Vastzittende huid rond tenen en staartpunt, ingevallen ogen, harde uraten en langdurig in de waterbak liggen kunnen op een te droog microklimaat wijzen. Controleer eerst de diepe bodem en het hol; alleen het oppervlak sproeien bereikt de ondergrondse vochtzone niet.

Botten, brandwonden & alarmtekens

Een zachte kaak, trillingen, kromme poten of slecht klimmen passen bij problemen met calcium, UVB of voeding. Blaren, zwarte plekken, lusteloosheid, niet eten, persen, gewichtsverlies, diarree of benauwdheid vragen snel beoordeling door een reptielenarts.

VOORDAT DE VARAAN KOMT

De boodschappenlijst.

Laat het volledige verblijf minimaal een week draaien. Meet ieder niveau van de Retes-stack, de warme en koele lucht, UVI én het vocht diep in het belangrijkste hol.

  • Verblijf minimaal 180 (L) × 90 (B) × 90 (H) cm
  • Minimaal 30 cm diepe zand-aarde-leemmix, met plaatselijk een graafzone van 40–45 cm
  • Stevige Retes-stack, rotsspleten, kurk en klimtakken
  • Meerdere witte halogeen-floods op dimmende thermostaat
  • Lineaire T5 HO-UVB met reflector
  • Krachtige 6000–7000K-ledbalk
  • Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
  • Digitale thermometers en hygrometers met diepe sondes
  • Stevige beschermkorven en tijdschakelaars
  • Zware ondiepe waterbak
  • Voedertang, target en nauwkeurige keukenweegschaal
  • Gevarieerde levende insecten en gutloadvoer
  • Calcium zonder D3 en passend multivitamine
  • Quarantaine- en schoonmaakmaterialen
BOB

ONZE REPTIELENARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze reptielen naar Dierenarts BOB in Baarn. Laat een nieuwe varaan bij voorkeur tijdig controleren en neem bij vermagering of afwijkende ontlasting een vers ontlastingsmonster mee.

Nieuw Baarnstraat 97 · 3743 BP Baarn035 – 542 93 12Bekijk reptielenzorg bij BOB ↗

BRONNEN

Smithsonian – Spiny-tailed monitor ↗ReptiFiles – Ackie monitor care ↗Dr. Eric Los Kamp – Ackie husbandry ↗Biawak – dieet en activiteit van V. acanthurus ↗Baines e.a. – UV-Tool ↗Arcadia Lighting Guide ↗
← Terug naar alle dieren